Verslag over Sophie voor en na haar geboorte door moeder zelf in eigen bewoording geschreven
Tijdens een gesprek van mij, Lydia, met een begeleidster van het RIBW; Eveline E., is het volgende gebeurd,
(het was voor de 30e week van mijn zwangerschap)
-Ze zei over ons kind: het gaat anders wel heel erg naar een pleeggezin. Ze bedoelde ermee dat het so ie so wel zou gaan gebeuren. Tijdens een volgend gesprek gaf ze bij me aan dat ze de kinderbescherming zou gaan inlichten over het kind, de situatie van ons, e.d.
Het volgende was: tijdens een gesprek met maatschappelijk werkster Monique ter A., nl. in het ziekenhuis Sophia tijdens het eerste gesprek, dat ze aangaf te willen bellen voor ons naar het AMK (Advies Meldpunt Kindermishandeling). Ze heeft dat voorgesteld op basis van het voorgaande. Ze belde toen, namens ons, naar het AMK, maar gaf de telefoon niet aan ons, waardoor het overkwam dat de melding wel heel erg van haar uitging. Tijdens dat eerste gesprekje was ik 30 weken zwanger.
Het ging erna hard. Er kwamen onderzoeken, huisbezoeken en 99% negatieve rapportages. Nog tijdens de zwangerschap was kinderbescherming al bezig met het voorbereiden van een aanvraag voor OTS, (Onder Toezicht Stelling).
Jeugdzorg werd al ingeschakeld tijdens te zwangerschap. Misschien was er ook al een rechter op de hoogte gesteld tijdens de zwangerschap.
We waren tijdens die periode in de veronderstelling dat we onder gezag van de kinderbescherming vielen, ik bedoel vanaf die vrijwillige melding met ons door Monique ter A. tot de verplichting van de verdere onderzoeken. Voor de OTS waren we niks verplicht volgens de advocaat van ons, maar daarvan waren we pas op de hoogte na die tijd.
De gyneacoloog die het meest van de zwangerschap ons begeleidde, heet dhr. den B., de andere heet dhr. M.
De psychiater die ons begeleidde heet dhr. S.
Sophie werd geboren op 21 april, om 0.10 uur, (Sophia ziekenhuis). Ze had een apgarscore van 9/10 en woog 4150 gram.
Ik had een zware bevalling, heb veel bloed verloren erbij bijvoorbeeld.
De eerste nacht mocht Cynmor wel bij Sophie en mij slapen (in het ziekenhuis).
De nachten die ik erna in het ziekenhuis was met Sophie, daarbij mocht hij niet slapen. De pleegvader van Cynmor is vanaf dat moment blijven slapen en ondersteunt tot heden.
Sophie werd geboren na 42 weken zwangerschap. Vanuit kinderbescherming kwam er bezoek aan het kraambed op 24 april van Tonnie S., dat kwam verplicht over. Zo kwamen er ook 2 mensen van de jeugdzorg bij, dat kwam net zo verplicht over, ( Cynthia B. en collega Danielle). Er was ook een maatschappelijk werkster bij, Willy G., die was al eerder in het ziekenhuis bij ons op bezoek geweest. Verder was de pleegvader van Cynmor erbij en Cynmor zelf. De OTS is uitgesproken over Sophie, eind april. De periode van kraamtijd in het ziekenhuis wou de kinderbescherming gebruiken om mij goed te (laten) observeren. Ook het ziekenhuis heeft dat aangegeven. Jeugdzorg/kinderbescherming en maatschappelijk werk wou dit lang laten duren.
De kinderbescherming heeft ook samenspraak gehad met kraamverzorgster Gerda van der V., de kraamverzorgster die we thuis kregen. Ze belde zondag in paniek de kinderbescherming op, misschien dat zij ook door hen heel erg was beinvloed. Ze kwam in het begin erg gestressd op ons over, maar heeft ons aangegeven bij hen. Wij vinden dit niet terecht.
Er moest van jeugdzorg en kinderbescherming heel veel hulpverlening over de vloer komen net na de geboorte, bijvoorbeeld thuiszorg een aantal keer per week en mantelzorg. Ook werd extra kraamzorg nodig gevonden.
In de periode kort na de bevalling waren 2 rechtszaken, de eerste ging over OTS en een mondeling verzoek om uithuisplaatsing,
de tweede ging over uithuisplaatsing (schriftelijk onderbouwd), van onze dochter Sophie.
Vanuit de 1e rechtszaak is OTS geaccepteerd door de rechter en de uithuisplaatsing afgewezen door hem, vanuit de 2e rechtszaak is de uithuisplaatsing wel geaccepteerd door de rechter. De tweede rechtszaak was begin mei. De rechter wou bedenktijd, de gezinsvoogd heeft die bedenktijd versneld, door een versnelde uitspraak aan te vragen.
De kinderbescherming wist zich de ene dag geen raad met de situatie, 19 mei, Tonnie S. belde toen naar de advocaat van ons. De andere dag, 20 mei, mijn verjaardag, werd ze toch opgehaald door Cynthia B. en Willy A. (van jeugdzorg).
Ze werden op de hoogte gebracht van mijn verjaardag terwijl ze er waren om Sophie mee te nemen. Toch zetten ze door, ondanks dat er geen problemen waren toen. De enige andere mogelijkheid die we kort ervoor aangeboden hadden gekregen, was bij JP. van der Bent, in Apeldoorn, een stichting voor verstandelijk gehandicapten. We (Cynmor, Sophie, Roel (Cynmor's pleegvader) en ik),
zijn daar met de gezinsvoogd die over ons aangesteld is bij de OTS, Cynthia B., wezen kennismaken.
De pleegvader van Cynmor vroeg wat er na de ons eerder voorgestelde proeftijd van 6 weken zou komen. Het antwoord was dat dat zeker zou worden verlengd met een ander traject binnen die stichting. Wij zouden nooit meer terugkomen in ons huis in Wezep. We kregen na die kennismaking daar 2 uur bedenktijd, of we wel of niet daar opgenomen wilden worden. De advocaat heeft tegen die korte bedenktijd een bezwaar ingediend bij jeugdzorg. Cynthia B. werd hysterisch aan de telefoon tegen Cynmor rond 4 uur (We zouden, als we toen niet meteen instemden met de opname met ons gezin bij JP. van der Bent in Apeldoorn, Sophie 5/6 jaar
niet meer te zien krijgen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!)
Ondanks de complimenten die we kregen, werd er naar onze mening heel veel geroddeld over ons achter onze rug om, richting
kinderbescherming/jeugdzorg. De uithuisplaatsing van Sophie is namelijk nauwelijks gebaseerd op hun eigen observatie, maar vooral op verhalen over ons verleden en wat er speelde na de geboorte van Sophie met ons gezin (in de verhalen) met name.
Dus kan niet objectief zijn, maar subjectief, dus te weinig betrouwbaar.
Het enige bezoek dat we tot nu toe na de uithuisplaatsing hebben gehad, was op bureau jeugdzorg, achter een spiegelwand, waardoor waarschijnlijk geobserveerd is, in Apeldoorn. En verder was Cynthia B. erbij aanwezig. Waarschijnlijk is er gefilmd en opgenomen vanuit bureau jeugdzorg zelf bij dit bezoek.
Sophie verkeerde toen in ieder geval in een slechte conditie, (ze had buikkrampjes, ze had gespuugd, weinig gedronken
net voor ze kwam) volgens de gezinsvoogd Cynthia B. We kregen zelf verder de indruk dat ze mogelijk een koortslip zou hebben. Er is gesproken daar over de mogelijkheid van een koortslip, wat de gezinsvoogd daarmee doet is haar verantwoording.
We kennen het pleeggezin niet waarin ze opgenomen is en mogen Sophie maar eens in de 2/3 weken zien.
We missen haar enorm, zijn het met deze harde behandeling niet eens en willen haar thuis terughebben.
Zo gauw mogelijk. Cynthia B. heeft voor de uithuisplaatsing aangegeven
dat Sophie naar een pleeggezin zou gaan als we ons niet zouden laten opnemen bij JP van de Bent in Apeldoorn, op het moment dat zij dat dan wou, daar komt het in ieder geval wel op neer. We twijfelden eraan of het wel verstandig was in te stemmen met die opname, we horen niet bij de doelgroep, (we zijn niet verstandelijk gehandicapt), je woont er dan wel vlakbij in de buurt, raakt je zelfstandigheid kwijt en wat wij verwachten, uiteindelijk daarom toch Sophie. Dat vinden we nog steeds.
We willen Sophie zo gauw mogelijk bij ons thuis terughebben, hopen op positieve reactie in de vorm van een bericht van protest voor ons en onze advocaat via hyves, waarin jullie aangeven ons te willen steunen, want zonder een achterban die aangeeft dat dit onrechtvaardig is gelopen allemaal bereiken we niet genoeg. Daarom graag met spoed een reactie, Lydia van Heyst-Scholten en Cynmor van Heyst.